DE RODE KAMER VAN CHÂTEAU DE MERIDON
 
     
 

Wie kent nu niet de volkshogeschool  “Château de Méridon , in de vallei van Chevreuse(F).
Hele  nederlands- en anderstalige volkstammen zijn er gedurende meer dan 50 jaar naar toe gegaan. Om erwat te leren, te zien, te werken, te nietsen ...en ze gaan nog steeds.

Het kasteeltje werd op het  einde 19de eeuw (rondom1884) gebouwd voor de van portugese origine, markies de Bragaz, directeur van “le Crédit Foncier”.
Het is opgetrokken in een imitiatie renaissance stijl, met torentjes, balkonnetjes, glas en lood ramen, onvoorwachte doorkijkjes, imitaties ruïnies, nep boomstronken van beton en 2 spiegelvijvers voor de  deur, in een park ‘à l’anglaise” voor het kasteel  en een park à la française rechts van het kasteel met en totale oppervlakte van 7 hectaren.
Twee spiegelvijvers, spiegelen het gebouw in het water. Als in een zinsbocheling “zie je het kasteel drie keer.
Het landgoed grensde toen aan de bezittingen van de markies de Breteuil. 
De markies  de Bragaz schijnt op een gegeven moment in geldnood te zijn gekomen en heeft  het kasteel, middels een lijfrente, aan zijn  buurman, de  markies de Breteuil overgedragen. Dat bracht de omvang van zijn landgoed op meer dan 600 hectaren.
Fig 1 potloodtekening 19-07-1978.
Tekenaar onbekend
 

Gedurende de eerse wereldoorlog kwam het leeg te staan.  Tussen de twee wereldoologen  werd het verhuurd  aan  de amerikaanse  mevrouw Sullivan.  Zij had 11 tuinmannen in dienst (de hoeveelheid binnenpersoneel is niet bekend ).
Het kasteel stond in de wijde omtrek bekend als één van de mooist onderhouden landgoederen in  de Seine et Oise, (later Yvelines).
Tijdens de tweede wereldoorlog  werd  het   door de ”Sociète d
’Assurance de Paris “gebruikt  als evacuatie centrum, nog later werd het inbeslag genomen door de Duitsers en de Amerikanen.

Na deze oorlog werd het landgoed verhuurd  aan de nederlandse regering die het gebruikte als opvangcentrum voor al die grote en kleine mensen die geterroriseerd uit die oorlog zijn gekomen.
De legendarische mevrouw Oosterlee, had toen de leiding over het centrum.

Toen ook deze de periode was afgesloten werd het verhuurd aan de Vereniging  tot Stichting van Volkshogescholen. Deze ging in 1957 tot aankoop van het landgoed over. Dit kon gerealiseerd worden dank zij  het uitschrijven van een obligatielening onder de leden . Deze liep als een trein en kon er naast de aankoop van het  kasteel  grond en bijgebouwen eveneens geinvesteerd worden in een centrale verwarming.
Tot op heden is het nog steeds in bezit van de vereninging.

 

fig 2    Groene zaal  februari 1972
fig 3   Zomer 1963


In, wat  nu een “roze” zaal is, wat na 1965 de groene zaal was, zat voor deze datum een rode zijden “damaste” wandbespanning. De zaal stond toen  bekend onder de naam “ de rode zaal”.
Deze  wandbespanning is er afgehaald  omdat vooral de onderkant  erg versleten was.

De tekening van de rode “damast” is zoals te zien, op de zwart wit foto groot.
Links onder is de grote slijtage zichtbaar. Het was werkelijk tot op  de (inslag) draad versleten en sterk vervuild.
Zijden is, integenstelling wat over het algemeen gedacht wordt, niet al te sterk. Het is gevoelig voor zonlicht. En de zalen/kamers van het kasteel liggen allemaal op het zuiden. Bovendien zat het al ruim 70 jaar op de muur en heeft het tijdens de tweedeoorlog  veel moeten verduren.

DE RODE  WANDBESPANNING

   
 
fig 4 de overgebleven staal met aan de onderkant  het "hoofdje “.
 

De wandbespanning  was gemonteerd, zoals gebruikelijk in de 18de tot op heden, op een isolerende  onderlaag van flanel, molleton...
De wandbespanning werd er “à la semaille”* tegenaan gespijkerd langs plafond, ramen en deuren. In de breedte werd de stof aan elkaar genaaid( met de hand)
De stoffenlaag achter de bespanning  diende als extra isolatie, zoals toendertijd ook vaak de overgordijnen met een extra tussenlaag van flanel of molleton gevoerd werden om zich beter te kunnen beschermen tegen al die tochtende ramen en deuren.


DE TEKENING

Een grote tuil bloemen bevindt zich in het midden van de tekening en is omgeven door guirlandes in ruitvorm samengesteld uit acantenbladeren. De tuil is in  spiegeleffekt. Links en rechts van het centrale motief is de andere helft van de tekening zodat deze een nieuw motief vormt als de banen aan elkaar worden gezet. Het rakoord is  versprongen.
De ontwerper heeft zich waarschijnlijk geinspireerd op oudere italiaanse dessins( 17de/18de eeuws)  zonder de rijkdom hiervan. De bloemen zijn wat pieterig zo ook de  acantenbladeren, de ananas is mager en de bladeren die uit de kroon ontspruiten eveneens. .
De overgebleven staal heeft een “hoofdje”, wat er op zou kunnen duiden dat de stof speciaal voor het kasteeltje is geweven.
De stofbreedte zelfkanten inbegrepen, moet rondom de 71cm zijn geweest. De breedte tussen openhaard en binnenmuur is 215 cm. Op de zwart-wit foto zijn er 3 rapporten te zien. (215 : 3 = 71,66 cm per baan )
Ook het vervangende groene behang heeft een italiaanse inspiratie bron gehad.
Wat er nu- sinds het eind 20ste eeuw- tegenaan zit  is een “faux uni” in een crême-roze tint. Daar en tegen heeft de grote zaal, die zover bekend  na de tweede wereld oorlog, nooit geen wandbekleding heeft gehad***, nu een behang met een italiaanse inspiratie bron.

DE STOF

De rode stof  is een “halfzijden“damast”met bijkomende vlotterketting ( poil trainant) zéér waarschijnlijk in  Frankrijk geweven..

   
  Fig 5    voorkant (vergroot) achterkant (vergroot)  


DE TECHNIEK

Meerdere  effekten damast met bijkomende vlotterketting.

Kettingdichtheid /cm: 54 zijdendraden + 17 linnendraden=71 draden/cm
Inslagdichtheid /cm   : 12 draden

Aantal kettingen  : 2 .
 1 roze, 1 roze-rode( deze kleuren zijn in een groot kleurrapport gebruikt. :
2 licht rood (L )2 donker rood(D) 1D ,2L,1D, 2L, 2D,1L,1D,2L, 2D, 1L, 1D, 1L,1D, 2L, 2D, 2L,1L,2D,1L.
en 1 naturel.

Ketting verhouding      2     :      1

Aantal Inslagen:           2, 1 dikke en 1 dunne.
Iinslag verhouding:      12      :    1

`
Materiaal :
Zijden ( de rode en roze-rode draad)  en linnen ( de naturel kleurige draad).

   
 
fig  6     Voorkant en achterkant met de bijkomende vlotterketting.
 


BINDINGEN EN EFFEKTEN

1)-Kettingsatijn  5, springgetal 2  geteld  op de inslag , met de rode ketting en de dikke  inslag. Dit geeft het glanzende effekt in de stof.
2)-Linnen(taf)binding  met de rode ketting en de dikke inslag . Dit geeft het matte effekt in de stof .
Het effekt met  deze 2  bindingen - de satijn- en de linnenbinding-  staat bekend onder de naam : “Damas de Lyon”
3)-Regelmatige repseffekt 2/2 ( côtelé effekt ) met de rode - en de naturel ketting en de dikke inslag. Dit geeft de  tekening in de stof.
4)-Onregelmatinge reps 2/1 met de rode en de naturelketting. en de dikke inslag. Dit geeft een zacht-geel effekt, haast niet te zien. Maar het is gebruikt in : de ananas links boven  van de staal en in het glanzende kettingeffekt.
 -De bijkomende ketting (poil trainant) wordt gebonden in  linnenbinding met de dunne inslag op elke 13 scheut  en wordt aan het weefsel gebonden met een  inslag satijn 8 V 5 en werkt mee als linnenbinding in het derde effekt (côtelé effekt) .
De “poil traînant” = aan een extra kettingstelsel, dient om een extra kleur te verkrijgen in het weefsel.
Ze is dan ook alléén maar zichtbaar in het bloem- en bladmotief. Daar
waar ze niet is , vlottert ze aan de achterkant en wordt om de zoveel centimeter gebonden met een bijkomende dunnere inslag

DE BIJKOMENDE EFFEKTEN

De bijkomende effekten zijn  toegevoegd.
Enerzijds  tijdens het opzetten van de ketting  -het kleurenrapport- en  anderzijds door veredeling-het moiréeffekt-.

-Het  moiré-effekt  is aangebracht op de linnenbinding- nog te zien op de foto.
-De kettingmontering met de “fil en fil” geeft  een diagonale lijn in de satijn.(schijnpatroon) Her en der is er een fout geslopen in het kleurenrapport en de diagonale lijn veranderd in een chevron of in een onderbroken lijn.

GETOUW

Het gebruik van:
- de verschillende bindingen,
-de techniek en
-“het hoofdje” en de datering doet aannemen dat  de stof naar alle  waarschijnlijkheid op een jacquardgetouw geweven is.

EFFEKTENTABEL VAN DE STOF.

   
 
Fig 7
 


* Dankzij 2 oudmedewerkers van Méridon is dit laatste stukje stof bewaard gebleven.

** “à la semaille”  De stoffeerder gooit een handje spijkertjes in zijn mond en spuugt deze al hamerend op zijn stoffeerdershamertje. Dat gaat sneller dan een niet machine.
*** Zou men kunnen vermoeden dat er vroeger al of niet echt “spaans leer “  tegen die muren heeft gezeten ?.

BEDANKEN, BRONNEN EN BIBLIOGRAPHIE:

Mondelinge overdracht van oud medewerkers van Mérdion.
Met speciale dank aan de heer en mevrouw Bethlehem - Braak en aan mevrouw G. Hoogveld - Gedhoff

Familie papieren.

“La Cité médiévale et les puissants Seigneurs de Chevreuse”
par Philibert Beney et Antonin Thénevaut. préface par M.R. Vignaud inspecteur d’Académie.
Édition du Syndicat d’Initiave de Chevreuse .Jaren 1950.
“La Haute vallée de Chevreuse. Le Château des ducs  par C. Rogelet. 1968.
   
site :http:// www.meridon.com